Content

BLS DEMONSTRATIE MET UITLEG

Veiligheid
Als je geconfronteerd wordt met een ingezakt slachtoffer, benader hem dan voorzichtig. De veiligheid van jezelf en van elke redder of omstander is erg belangrijk. Kijk om je heen naar mogelijke gevaren en kijk vooral rond het slachtoffer.

Bijvoorbeeld glas op de grond of grind op de grond dat pijn doet aan je knieën. Het slachtoffer kan nog in contact zijn met een elektriciteitsdraad. Daarom is het belangrijk om eerst de stroom uit te schakelen.

Bewustzijn
Zodra het voor jou en het slachtoffer veilig is, controleer je eerst het bewustzijn van het slachtoffer. Leg je handen op de schouders van het slachtoffer en schud het zachtjes. Tegelijkertijd vraag je het slachtoffer hardop: "Hoe gaat het?"

Je roept best dichtbij elk oor voor het geval het slachtoffer een gehoorapparaat zou dragen, dat kan loskomen als gevolg van de val.

Ademhaling controleren
Als er geen antwoord is, ga je meteen naar de volgende stap: de ademhaling controleren.

Je opent eerst de luchtweg omdat bij een bewusteloos slachtoffer dat op de rug ligt, de tong naar achteren valt en de luchtweg kan afsluiten. Het openen van de luchtweg doe je met de “hoofdkanteling en kinlift maneuver”. Je plaatst je hand het dichtst bij het hoofd op het voorhoofd van het slachtoffer en de wijs- en middelvinger van je andere hand op het benige deel van de kin. Vermijd daarbij ook druk uit te oefenen op de zachte weefsels.

Je kantelt het hoofd naar achteren en tilt tegelijkertijd de kin op, waarbij je ervoor zorgt dat je de mond niet sluit. Deze manoeuvre maakt het mogelijk om de tong van de achterkant van de keel weg te trekken en zo luchtweg vrij te maken.

Om te weten of het slachtoffer niet of abnormaal ademt, hou je het hoofd schuin en de kin opgeheven, zorg je ervoor de mond niet te sluiten en breng je je oor en wang tot heel dicht bij de neus en mond van het slachtoffer, om te kijken, luisteren en voelen naar ademhaling.

KIJK naar de borstkas om te zien of die beweegt zoals bij ademhalingen.
LUISTER naar ademgeluiden.
VOEL met je wang of er lucht uit neus en/of mond komt.

We doen dit maximaal 10 seconden .

Je stelt dan vast of er geen ademhaling is of dat de ademhaling abnormaal is. Dit is een telen van hartstilstand.

Een abnormale ademhaling kan “gasping” zijn. Dit is een zeer luide, trage en zwaar snurkende ademhaling. Als je dit vaststelt bij iemand die plotseling in elkaar zakt, weet je zeker dat het om een hartstilstand gaat. Dit geldt ook voor een slachtoffer dat op een abnormale manier lucht probeert in te ademen.

Merk op dat stuiptrekkingen of convulsies ook een teken van hartstilstand kunnen zijn, hoewel dit zeldzaam is. Daarom moet je, zodra de stuiptrekkingen gestopt zijn, zeker controleren of zo iemand nog ademt.

Bel 112
Onmiddellijk na het vaststellen dat de ademhaling afwezig is of abnormaal en bijgevolg dat het slachtoffer een hartstilstand heeft, moet je de hulpdiensten verwittigen.

Als er een omstander is, vraag hem of haar dan beleefd maar dringend om "112 te bellen, de operator te vertellen WAAR het slachtoffer zich bevindt - bijvoorbeeld op de Grote Markt -, WAT er aan de hand is - dat er een volwassen slachtoffer is dat niet ademt - en alle vragen te beantwoorden die de operator kan stellen".

Vervolgens vraag je diezelfde omstander om een AED te halen en zo snel mogelijk terug te brengen. Als er meer omstanders aanwezig zijn, vraag dan aan een van hen om een AED te gaan halen.

Als ze niet weten wat een AED is, kun je vertellen dat het een apparaat is dat in een doos zit die aan de muur is bevestigd van bijvoorbeeld het gemeentehuis of het zwembad of een andere gebouw op een openbare plaats. Boven of op het apparaat is een groen logo aangebracht waarop een wit hart is getekend met een bliksemschicht er in.

Als je alleen bent, neem dan je mobiele telefoon, druk op 112 en zet de luidsprekerfunctie aan. Leg je mobiele telefoon naast het hoofd van het slachtoffer en zodra er contact is met de 112-centralist, kun je dezelfde informatie geven als ik net heb uitgelegd.

In veel gevallen zal de 112-centralist, zodra hij/zij doorheeft dat er een hartstilstand aan de gang is, je door de reanimatieprocedure leiden. Hou contact.

Indien het voor jou mogelijk is, vraag je aan de omstander 112 te alarmeren en alle informatie te vertellen die we reeds hebben besproken, terwijl je de borstcompressies start.

Hartmassage
Onmiddellijk na de 112-oproep begin je met de borstcompressies.

Omwille van pedagogische redenen, ga ik nu de oefenpop wat uitkleden om de exacte plaats te tonen waar de borstcompressies worden toegediend. Maar onthoudt dat het niet gevaarlijk is om de borstcompressies te beginnen op een T-shirt, een pull-ver, e.d.m.

Om hartmassage toe te dienen plaats je de hiel van één hand op de onderste helft van het borstbeen, wat het midden van de borstkas is. De handhiel is dat harde deel van je hand tussen de handpalm en de pols . De lange as van je handhiel moet op de lengteas van het borstbeen liggen. Zoals gezegd is de juiste plaats de onderste helft van het borstbeen. Vermijd te drukken op de onderste punt van het borstbeen, ook zwaardvormig uitsteeksel genoemd .

Plaats dus de handhiel van een hand op de onderste helft van het borstbeen. Plaats de andere hand bovenop de eerste en strengel de vingers in elkaar om de vingers van de onderste hand naar boven op te trekken. Vermijd op de borstkas te leunen om geen druk uit te oefenen op de ribben.

Strek beide armen en blokkeer de ellebogen. Breng je lichaam loodrecht op de borstkas van het slachtoffer, met je schouders verticaal boven de borstkas.

Druk het borstbeen minstens 5 cm naar beneden, maar niet meer dan 6 cm, met een frequentie van 100 tot 120 per minuut. Herhaal dit tot je in totaal 30 borstcompressies hebt gegeven en tel hardop om er zeker van te zijn dat je het juiste aantal hartmassage toedient.

Belangrijk is dat de tijd die nodig is om de borstkas in te drukken gelijk is aan de loslaat tijd en dat de borstkas volledig kan terugveren, zonder echter het contact van je handhiel met de borstkas van het slachtoffer te verliezen.

Het doel van de borstcompressies is om het hart samen te drukken zodat het bloed van het hart naar de vitale organen kan stromen. Als de borstkas terugveert, wordt het bloed vanuit de voorkamers naar de hartkamers gezogen. Hoe beter je de borstkas laat terugveren, hoe meer bloed er in de hartkamers kan stromen en hoe groter de hoeveelheid zuurstofrijk bloed naar de vitale organen kan stromen.

Ik laat het je nog een keer zien : “één, twee, drie, vier,...., acht, negen, dertig”.

Beademingen
Zodra de 30 borstcompressies zijn uitgevoerd, ga je onmiddellijk over tot 2 beademingen.

Daartoe open je de luchtweg met de hoofdkantel kinlift manoeuvre, zoals reeds uitgelegd, maar nu knijp je het zachte deel van de neus van het slachtoffer toe tussen duim en wijsvinger van de hand die op het voorhoofd van het slachtoffer rust. Op die manier kan de ingeblazen lucht niet langs de neus ontsnappen.

Plaats je mond over de mond van het slachtoffer zodat je lippen de mond van het slachtoffer volledig bedekken. Zo bekom je een hermetische afsluiting.

Geef een eerste beademing door een normaal volume lucht in de mond van het slachtoffer te blazen. Dit normale volume lucht is hetzelfde als het volume dat iemand bij rust inademt.

Door te veel lucht in te ademen zal de overtollige hoeveelheid lucht in de maag terecht komen. Na een paar te royale beademingen zal de maag je met plezier haar inhoud opgeven.

De tijd voor een beademing is maximaal 1 seconde. Kijk terwijl je dat doet naar de borstkas van het slachtoffer om te zien of deze op een normale manier omhoog gaat.

Verwijder je mond van de mond van het slachtoffer, maar houd het hoofd gekanteld en de kin geheven. Neem voldoende afstand van de mond van het slachtoffer om een normale hoeveelheid verse lucht in te ademen en tegelijkertijd de borstkas te zien dalen terwijl de lucht op een spontane manier ontsnapt.

Geef een tweede beademing.

Twee pogingen zijn voldoende, zelfs als één of beide niet succesvol waren. Als je eerste beademing is mislukt en je zeker weet dat de techniek correct was, kun je snel in de mond van het slachtoffer kijken om te zien of er een duidelijk zichtbaar vreemd voorwerp de luchtweg blokkeert. Als je dit veilig kunt verwijderen, doe het dan, maar doe het niet met een blinde vingerveeg.

REANIMATIE 30:2
Herstart onmiddellijk daarna de cardiopulmonale reanimatie met 30 borstcompressies gevolgd door 2 beademingen.

Zoals reeds uitgelegd, plaats je de hiel van de ene hand op de onderste helft van het borstbeen, de andere hand er bovenop, verstrengel je de vingers, strek je de armen en plaats je jezelf verticaal boven het slachtoffer. Duw de borstkas 5 à 6 cm diep in, laat de borstkas terugveren na elke borstcompressie en doe dit aan een frequentie van 100 tot 120 per minuut. Geef 30 borstcompressies terwijl je ze luidop telt, en daarna twee beademingen.

Ga door met reanimeren door 30 borstcompressies af te wisselen met 2 beademingen.

De AED komt er aan.
Op een bepaald moment komt de helper aan met de AED. Ga door met reanimeren terwijl je de helper vraagt om de AED te openen.

De AED of automatische externe defibrillator is een apparaat dat is ontworpen om ventriculaire fibrillatie te detecteren. Ventriculaire fibrillatie (of ventrikelfibrilleren) is een chaotisch, zeer onregelmatig en zeer snel hartritme dat de hartspier belet voldoende te kunnen samentrekken. Als gevolg hiervan kan het bloed niet langer naar de vitale organen stromen.

In deze gevallen raadt de AED een schok aan. In alle andere gevallen wordt geen schok aanbevolen.

De meeste apparaten beginnen te praten en instructies te geven zodra ze geopend worden. Als het apparaat niet spontaan begint te praten, vraag dan aan de helper om op de groene AAN/UIT-knop te drukken om het apparaat aan te zetten.

Zodra de elektroden beschikbaar zijn, stop je onmiddellijk met reanimeren en breng je de elektroden aan op de blote borstkas van het slachtoffer. Dit betekent dat je het slachtoffer moet uitkleden als dit nog niet is gedaan.

De plaats waar de elektroden moeten aangebracht worden, is ofwel op de elektroden zelf getekend ofwel op het apparaat . Een van de elektroden wordt aangebracht onder de oksel, op de middelste oksellijn, aan de linkerkant van het slachtoffer. Zorg ervoor dat de elektrode de grond niet raakt en dat er geen kleding onder de elektrode komt. Strijk de elektrode stevig glad zodat er geen lucht onder blijft zitten.

Plaats de andere elektrode onder het sleutelbeen aan de rechterkant van het slachtoffer, naast maar niet op het borstbeen en probeer de tepel te vermijden.

Bij de meeste AED's zijn de elektroden reeds aangesloten op de AED, maar bij sommige moet je de connector van de elektroden in het apparaat steken. Het apparaat vraagt hierom.

Zodra de elektroden zijn bevestigd, begint de AED de elektrische hartwerking van het slachtoffer te analyseren.

Tijdens deze analyse zoekt de AED dus naar ventrikelfibrillatie. Als dat zo is zal de AED een schok aanbevelen.. In alle andere gevallen wordt er geen schok aanbevolen.

Zorg ervoor dat niemand, ook jij niet, het slachtoffer aanraakt om de analyse niet te verstoren. Daarom ga ik ook duidelijk achteruit . Strek de armen uit, kijk om je heen om te voorkomen dat er iemand nadert en roep hardop: "blijf op afstand!".

Wanneer de AED aanraadt om een schok toe te dienen, plaats dan één vinger op de oranje schokknop . Kijk niet naar de schikknoop maar geef met de vrije gestrekte arm een duidelijk verstaanbaar verbaal en visueel gebaar dat niemand het slachtoffer mag aanraken. Roep met luide stem: "opgepast ik ga een schok toedienen!".

KIJK NIET MEER NAAR DE AED, maar om je heen. Wanneer de AED vraagt om de schok toe te dienen, met het laten horen van een specifiek geluid, zal de oranje knop oplichten . Kijk om je heen om zeker te zijn dat het veilig is, roep met luide stem “ik schok!” en, zonder naar de AED te kijken, druk je op de oranje knop. Hierdoor wordt de schok afgegeven.

Hervat onmiddellijk daarna de reanimatie: begin met 30 borstcompressies. Plaats de hiel van je hand op de onderste helft van het borstbeen, zet de andere hand er bovenop, strengel de vingers in elkaar, plaats je recht boven de borstkas van het slachtoffer met gestrekte armen en duw 30 maal het borstbeen 5 à 6 cm diep in aan een frequentie van 100 tot 120 per minuut. Geef daarna 2 beademingen en ga verder met CPR 30:2.

Wanneer de AED aangeeft dat er geen schok moet worden toegediend, vraagt deze je opnieuw de reanimatie te starten. Begin onmiddellijk met 30 borstcompressies toe te dienen gevolgd door 2 beademingen. Ga verder met CPR 30:2.

Wat je hebt gezien is het gebruik van een semiautomatische defibrillator. Er zijn ook heel wat volautomatische defibrillatoren beschikbaar. Dit type AEDs werkten op dezelfde manier, maar in plaats van je te vragen om op de schokknop te drukken, dienen ze de schok zelf toe, waarbij ze duidelijk aangeven dat de schok automatisch wordt toegediend na een vooraf ingestelde countdown van 3 tot 5 seconden.

Het is daarom van het grootste belang dat ook in dit geval niemand het slachtoffer mag aanraken.

Een AED voert elke twee minuten een analyse van de hartwerking uit. Elke keer moet je stoppen met reanimeren en er steeds terug mee starten nadat je al dan niet een schok hebt moeten toedienen.

Reanimatie met twee hulplverleners
Als twee hulpverleners bij een slachtoffer aankomen, kijkt een van hen het bewustzijn en de ademhaling na. Zodra de hartstilstand is bevestigd, belt de tweede hulpverlener naar 112, geeft deze alle nodige informatie en gaat een AED halen. Ondertussen is de eerste hulpverlener reeds gestart met reanimatie 30:2.

Zodra de tweede hulpverlener terug is met de AED, zet deze zich rechtover de eerste hulpverlener en brengt de elektroden aan terwijl de eerste hulpverlener nog steeds verder reanimeert. De okselelektrode wordt zeer gemakkelijk aangebracht tijdens de borstcompressies, zelfs als de linkerzijde van het slachtoffer zich tegen de eerste hulpverlener bevindt. De andere elektrode kan worden aangelegd onder het rechter sleutelbeen tijdens de beademingen. Zodra de AED met de analyse begint, nemen beide hulpverleners een veilige afstand en kijken ze om zich heen om er voor te zorgen dat niemand het slachtoffer zou aanraken.

De tweede hulpverlener dient de schok toe, indien aanbevolen door de AED.

Zodra de schok is toegediend en zelfs als er geen schok wordt aanbevolen, begint de tweede hulpverlener met de reanimatie met 30 borstcompressies gevolgd door 2 beademingen, terwijl de eerste hulpverlener rust. Na 2 minuten start de AED een nieuwe analyse. Dan stopt de tweede hulpverlener de reanimatie, dient hij/zij de schok toe indien aanbevolen en onmiddellijk daarna hervat de eerste hulpverlener de reanimatie gedurende 2 minuten. Tijdens de hele interventie zal de tweede hulpverlener steeds de schok toedienen als deze wordt aanbevolen.

Als er geen AED is of als een derde hulpverlener (of getuige) de AED kan gaan halen, wisselen de twee hulpverleners elkaar om de 2 minuten af in afwachting dat de AED of de gespecialiseerde hulp aankomt. Degene die niet werkt, kijkt naar de tijd.

Reanimatie met of zonder AED gaat door tot de gespecialiseerde hulpdiensten aankomen en de reanimatie overnemen of tot de hulpverlener volledig uitgeput is of tot het slachtoffer beweegt, de ogen opent en begint te ademen.

De BRC-BLS werkgroep
Walter Renier, Thierry Hosay, Jacques Delchef, Valérie Bicchielli, Jean Brose, Matthieu Clarysse, Marina Coningx, Bram Dispa, Joëlle Grolet, Géry Mathijs, Arthur Rodenbach, Peggy Teillard, Gerry Van Den Langenbergh
1) Een bewusteloos slachtoffer ademt eenmaal alle 7 seconden. Bijgevolg moet de controle van de ademhaling minstens 7 seconden lang doorgaan.
2) Toon hen wat de handhiel is
3) Toon op jezelf waar dit zwaardvormig uitsteeksel zich bevindt vooraleer je de handhiel op het borstbeen (of sternum) van de oefenpop zet
4) Tel luidop !! Het is niet belangrijk hoe je van 1 tot 30 telt, wat zeer belangrijk is, is dat de frequentie gelijk moet blijven.
5) Het is niet absoluut noodzakelijk er aan toe te voegen: “of een ventriculaire tachycardie zonder pols” of nog “of een ventriculaire tachycardie met een frequentie van meer dan 250 contracties per minuut”, tenzij de cursisten een medische achtergrond hebben.
6) Toon aan de cursisten de tekening op de elektroden
7) Toon het ook duidelijk
8) Toon deze oranje knop
9) Toon de flikkerende oranje knop.



Onder de Hoge Bescherming van H.K.H. Prinses Astrid van Belgïe
Sous le Haut Patronage de S.A.R. La Princesse Astrid de Belgique
BELGIAN RESUSCITATION COUNCIL
BELGISCHE REANIMATIERAAD
CONSEIL BELGE DE REANIMATION
BELGISCHER BEIRAT FUR WEDERBELEBUNG
Villalaan/Avenue des Villas 35A, 1060 Sint-Gillis Brussel/Saint-Gilles Bruxelles
office@brc-rea.be | Tel +32(0)497 400 157 | www.brc-rea.be | www.restartaheart.be | Disclaimer GDPR/Privacy | (C) 2021 BRC