Veelgestelde vragen

De BRC organiseert zelf geen reanimatiecursussen. Dit wordt uitsluitend gedaan door ERC-BRC “cursusorganisatoren” die erkend werden door de BRC en zich verbonden hebben de opleidingen conform de ERC-BRC richtlijnen te laten verlopen. De lijst van erkende cursusorganisatoren zal beschikbaar zijn op de BRC-site. De procedure om organisator te worden en de nodige formulieren kan je vinden op onze website www.resuscitation.be . De cursussen die georganiseerd worden, staan genoteerd in de ERC cursuskalender, via die weg kan je ook in contact komen met de organisator. Zie www.erc.edu/courses .
De BRC heeft een BTW-nummer: BE 0473 440 964. Elke VZW die op geregelde wijze een product koopt of verkoopt dat noodzakelijk is om haar doelstelling (verbeteren van het niveau van de cardiopulmonale reanimatie) te verwezenlijken, moet een BTW-nummer hebben.
De BRC is geen commerciële organisatie. De opbrengst van de seats en boeken gestort door ERC wordt integraal gebruikt voor de realisatie van de sociale doelstellingen van de BRC zoals vermeld in de statuten, namelijk “Levens redden door het niveau van de cardiopulmonale reanimatie (CPR) te verbeteren in België”.
De BRC is een wetenschappelijke organisatie die onder meer als taak heeft reanimatieopleidingen van de Europese Reanimatieraad te promoten en de kwaliteit van de gegeven cursussen te bewaken. De BRC volgt de reanimatierichtlijnen van de ERC maar lokale aanpassingen voor België kunnen altijd gebeuren, in overleg met de ERC.
De BRC stelt geen richtlijnen op qua kostprijs voor de diverse cursussen: BLS-AED, ALS, ILS, .... de kostprijs wordt bepaald door de ERC-BRC organisatoren die hun erkenning hiervoor ontvangen hebben van de BRC. De inkomsten van de cursussen mogen enkel dienen om de kosten/materiaal van de organisator te dekken (commercialisatie van ERC/BRC cursussen is dus niet toegelaten). De BRC of ERC vragen geen geld per cursus. De enige inkomsten voor de BRC komen van ERC (40% van de inkomsten van de cursusplekken en de handboeken.
De inkomsten van de cursussen dienen om de kosten van de cursus te dekken: aankoop van het oefenmateriaal (reanimatiepoppen, AEDs, andere materialen,…), eventuele bezoldiging van de instructeurs - organisator, catering, aankoop of huur van de locatie. Voor de meer gespecialiseerde cursussen is de investering in het materiaal een hoge kostenpost. Doordat er in ERC cursussen verplicht in kleine groepen gewerkt wordt (minstens 1 instructeur per 6 à 8 cursisten, in de geavanceerde cursussen zelfs 1 instructeur per 3 cursisten), kunnen de kosten voor lesgevers aanzienlijk zijn. Elke organisatie beslist zelf hoe de lesgevers vergoed worden: dit kan gaan van volledig gratis, een vrijwilligersvergoeding, verplaatsingsonkosten, tot een loon (in geval bvb verpleegkundigen of artsen tijdens hun werkuren in hun eigen organisatie lesgeven, is de kost gelijk aan de loonkost per uur).
Alle leden van de BRC werken op vrijwillige basis en zijn niet bezoldigd. Er zijn vaste werkingskosten: bezoldiging van een professionele boekhouder, website, secretariaatskosten, kosten van drank en broodjes voor de vergaderingen van de werkgroepen (WG), verzekeringen, het lidmaatschap van de bestuursleden en van de voorzitters van de WG, en de deelnamekosten van de leden van de BR en voorzitters van de WG aan congressen van BRC en ERC. De inkomsten worden vooral gegenereerd uit de betalingen van ERC voor de cursusplekken en de handboeken, en de lidgelden. Voor de congressen worden de registratieinkomsten en het sponsorgeld gebruikt voor de organisatie van het congres.
De regel dat instructeurs les moeten geven in minstens 2 cursussen over een periode van 2 jaar gold eigenlijk altijd voor ERC, maar er werd nooit goed op toegekeken. Sinds 1 juli 2009 is deze regel geprogrammeerd in het Course Management System en nu in CoSy. Iedere lesgever zal tijdig en automatisch via e-mail geïnformeerd worden. Indien de termijn van 2 jaar nadert en er minder dan 2 lessen gegeven zijn. Ook voor cursusorganisatoren en cursusdirecteurs is het belangrijk dat ze beroep kunnen doen op instructeurs die een minimum aan recente ervaring hebben. Dit is een essentieel deel van het kwaliteitssysteem uitgebouwd door ERC en waaraan de BRC wenst bij te dragen.
Inderdaad deze norm is geldig voor allen. Een cursusdirecteur of instructeur die zijn/haar kwalificatie verliest zal één enkele stage moeten volgen om zijn kwalificatie opnieuw te krijgen (stage met positieve evaluatie).
Uiteraard. Zowel wetenschappelijke verenigingen als particulieren zijn welkom bij de BRC. Als toegetreden lid onderschrijf je de waarden van de BRC.
Je behaalt je certificaat binnen een eerste BRC/ERC opleiding en volgt nadien de BLS-I (BLS Instructor Course) of de GIC (Generic Instructor Course), afhankelijk van cursus die je wenst te onderrichten. Bij een positieve evaluatie word je kandidaat-instructeur. Als kandidaat-instructeur geef je minimaal 2 opleidingen onder auspiciën van je Course Director.
Na zijn/haar goedkeuring krijg je de titel Full Instructor. Nadien kan je doorgroeien naar Course Director.